
KOHLBRUGGE
III.
Zóó krijgt de Wet Gods voor de geloovigen in en door Jezus Christus, den Borg, een gansch andere beteekenis. Het is de heilige liefdewil Gods, om Zijn gevallen schepsel door het geloof in Christus te redden en te bewaren. „De Bondswoorden of geboden Gods waren een g ...

KOHLBRUGGE
XIII.
Zoo past de leer van Gods vrije, eeuwige verkiezing der genade geheel in het kader van de leer des heils en der zaligheid, als men haar overeenkomstig het evangelie opvat. Zij stelt den mensch op de plaats waar hij behoort en geeft den moedeloozen geloovige een rij ...

KOHLBRUGGE
VII.
Dit leven uit God is vrij en laat zich niet door allerlei voorschriften en bezwaren van het verstand en de wet belemmeren. „Het staat in de macht des Heiligen Geestes en laat zich niet insnoeren in leerbegrippen en regelen van de menschelijke rede en het vleeschlijk ...

KOHLBRUGGE
XVI.
X. De verhouding tot de Wet.
In het voorafgaande is hier en daar de vraag naar de Wet Gods reeds terloops aangeroerd. Wij houden ons nu in het bijzonder met de groote en belangrijke vraag bezig, wat de juiste verhouding van een christen ten opzichte van de Wet is.
Heeft ...

KOHLBRUGGE
X.
De weg Zijner heiligen gaat dikwijls door diepe wateren en door groote aanvechting heen. „Zoo gaat het in het begin van den levensweg, maar ook in den voortgang herhalen zich menigmaal zulke gevoelens van verlorenheid. Soms wel is men alles kwijt, wat men van de liefd ...

KOHLBRUGGE
XVIII.
Door den Heiligen Geest zijn alle goede werken aanwezig. „Waar de Heere naar Zijn welbehagen Zijn Heiligen Geest over Zijn volk geeft, den Geest der heiligmaking, daar wordt gewandeld onder de leiding des Geestes. Spoedig is ook de vrucht des Geestes aanwezig, zoo ...

Kohlbrugge en zijn komma
Enkele maanden daarvoor was Kohlbrugges jongere broer Jakob omgekomen op zee. Wat hem ook zwaar viel, was dat men hem het lidmaatschap van de Hervormde Kerk willekeurig belette, maar meer nog: dat men hem de toegang tot de kansel ontzegde. Een probleem dat al een flink aantal jaren spe ...

KOHLBRUGGE
XII. DE KERK. (19)
Allen, die God geroepen, gerechtvaardigd en geheiligd heeft, vereenigt Hij in Zijn gemeente, die ook Kerk heet. Het woord Kerk moet afgeleid worden van kyfiake = den Heere toebehoorend. „Wij gelooven niet aan of in een Kerk, maar wij gelooven, wat de K ...

KOHLBRUGGE
X.
„Het wachten op den Heere of de hoop, is de andere zijde van het geloof, zoodat, als het geloof als 't ware verdwenen is, de hoop opleeft. Geloof, hoop, liefde, deze drie reiken elkaar steeds de hand en ondersteunen elkaar wederkeerig". (20 Predicaties, gehouden in 18 ...

Trooster van het onheelbare hart
Het zag er aanvankelijk helemaal niet naar uit dat Kohlbrugge tot zo’n invloedrijk theoloog zou uitgroeien. Hij werd groot onder behoeftige omstandigheden en kon pas op latere leeftijd naar het gymnasium (Athenaeum Illustre) in Amsterdam, studeerde daarna theologie en promoveerde op de ...